Het onderzoek van het voertuig

Onderzoek is uiteraard een belangrijke factor in het werk van de VOA. De medewerkers van de VOA zijn echter in hun onderzoek altijd afhankelijk van de aangetroffen situatie. Hierbij is niet van belang wat ze aantreffen, maar ook hoe ze iets aantreffen.

Neem bijvoorbeeld de stand van een buitenspiegel. Hoe staat de buitenspiegel ten tijde van het onderzoek? En nog belangrijker, hoe was de stand van de spiegels ten tijde van de aanrijding? Een aanrijding kan natuurlijk zomaar het gevolg zijn van verkeerd afgestelde spiegels. Of waren er zicht-ontnemende factoren in het spel, zoals bijvoorbeeld versieringen in de auto?

zicht

Getuigen kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Kunnen zij vertellen dat de stand van de spiegels ten tijde van het onderzoek dezelfde stand heeft als ten tijde van het ongeluk, dan is een deel van de vraag al opgelost. Echter, is door vervorming of een andere oorzaak de stand van de spiegels veranderd, dan moet er verder onderzoek verricht worden.

De medewerkers voeren dan een gezichtsveldmeting uit. Aan de hand van een robot met een LED-bril, wordt gekeken wat de bestuurder heeft kunnen zien. Met spiegels wordt dan van buitenaf bekeken wanneer de lichtstralen opgevangen worden. Maar, het wil niet zeggen dat hetgeen de bestuurder heeft kunnen zien ook hetgeen is geweest wat hij daadwerkelijk heeft gezien. Voor hetzelfde geld keek de bestuurder naar links terwijl er op dat moment rechts van hem iets gebeurde.

Een belangrijk gegeven als het gaat om de schuldvraag is de snelheid waarmee de voertuigen hebben gereden.

indrukDe VOA beschikt tevens over een enorme database waarin per automerk, per type is vastgelegd welke vervorming bij welke botsingssnelheid optreedt. Aan de hand van de schade en vervorming kan men een minimale en een maximale snelheid schatten. Dit levert dan vaak conclusies op als ‘de auto zal tussen de … en ….km per uur hebben gereden’.

Toch kan het zijn dat een zaak dermate complex is, dat men het nodig vindt om de aanrijding te reconstrueren of een botsproef aan te vragen. Deze botsproeven dienen bij het Openbaar Ministerie aangevraagd te worden en de kosten hiervoor bedragen zo'n 20.000 euro per proef. Men gaat dus niet over één nacht ijs bij het aanvragen van een botsproef. Alleen dan wanneer men het echt noodzakelijk acht, zal men tot de aanvraag overgaan.

Mogelijk wordt in de komende jaren ook gebruik gemaakt van de gegevens die de auto zelf tot het moment van de botsing heeft vastgelegd.


 

dsc_1052Met regelmaat wordt het creatieve denkvermogen van de analisten op de proef gesteld. Het is niet vanzelfsprekend dat alles werkt zoals het zou moeten werken. Sterker nog; in een aantal gevallen werkt het helemaal niet meer.

Een betrokkene bij een aanrijding klaagde over het feit dat zijn remmen het niet gedaan zouden hebben. Om dat te testen moest een remmentest uitgevoerd worden. Daarnaast werd bekeken of de rembekrachtiging nog wel correct werkte. Het voertuig was echter motorisch dermate zwaar beschadigd, dat het starten van de motor niet meer mogelijk was.

Wij hebben in de werkplaats zelf mogen zien dat je als analist in dit soort gevallen een stuk techische inventiviteit in je mars dient te hebben. Eén van de oude VOA-bussen werd naar voren gehaald en met een aantal slangen werd de rembekrachtiging aan de vacuümpomp van de VOA-bus gekoppeld. Hierdoor was men toch in staat om de werking van de remmen te controleren, terwijl die bekrachtigd werden door een vacuumpomp die aantoonbaar vergelijkbaar is met de pomp van het defecte voertuig.

dsc_1040 dsc_1045


De remmen testbank

img_1875 img_1877

Welke VOA-medewerker je het ook vraagt, allen geven ze aan dat juist die creativiteit het werk leuk blijft houden.


De VOA doet een 'reconstructie op straat'; in dit geval bij winkelcentrum Leidschenhage in Leidschendam.

Terug naar inhoudsopgave