Geweldsmiddel 'hond'

Bij de politie worden de surveillance honden gezien als een 'geweldsmiddel'; een wapen waarvan de inzet aan bepaalde regels gebonden is. Om dit in te mogen zetten moeten hond en geleider een bepaalde opleiding hebben gevolgd.

w-mrf_1152-1

In de praktijk is de inzet van de honden ook gebonden aan regels. Denk hierbij aan situaties als opstootjes en rellen, of het doorzoeken van een pand op zoek naar inbrekers. De ernst van het vergrijp moet in verhouding zijn met de inzet van de honden, of er moet een wezenlijk gevaar bestaan voor de ' gewone agent'. Een aanval van een politiehond kan immers behoorlijke wonden veroorzaken.

De geleider zal indien mogelijk meerdere keren de verdachte waarschuwen. Pas dan wordt de hond daadwerkelijk losgelaten en de achtervolging ingezet. Op deze manier kan de verdachte nog tot inkeer komen en zijn vlucht staken.

In het verleden zijn er klachten geweest van burgers die vonden dat de inzet van de honden buiten proportie was; een aantal daarvan zijn ook gegrond verklaard. Een hondengeleider kan dus achteraf gevraagd worden om verantwoording af te leggen over zijn/haar beslissing.

In september 2009 was er een interregionale oefendag. Tijdens de eind oefening was te zien waarom de inzet van een hond op sommige punten gelijkgesteld wordt aan de inzet van andere wapens die de politie tot haar beschikking heeft.