Motorbegeleiding door de politie

De politiemotorrijders van de Verkeerspolitie zijn een bekend gezicht op de weg. Zij rijden over de wegen om bijvoorbeeld (on)opvallend de verkeersregels te handhaven, onderzoek te doen bij ongevallen en het begeleiden van voertuigen.

Deze motorrijders zijn gespecialiseerd in het begeleiden van hulpdiensten (ambulance en brandweer), van VIP’s (staatshoofden, ministers en andere belangrijke personen) en onder andere voertuigen van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD). Naast deze begeleidingen handhaven deze politiemensen ook de regels in het verkeer en voeren complexe controles uit, zoals controles van vrachtwagens en landbouwvoertuigen. Bij begeleidingen is de kerntaak van de motorrijders het veilig verplaatsen van een stoet 'van a naar b'. Bij VIP-begeleidingen wordt de nadruk gelegd op de veiligheid van de VIP. Bij ambulancebegeleidingen wordt de nadruk gelegd op het 'kunnen blijven rijden' zonder te hoeven remmen, dit voor het comfort of uit medische noodzaak van de patiënt

De opleiding

Voor de motorrijders is het de noodzaak om de begeleidingen volgens de geldende wetten en regels uit te voeren. Om dit te leren geeft de Verkeerspolitie aan hun eigen motorrijders de opleiding Verkeers Technisch Begeleiden (VTB).

Er worden hoge eisen gesteld aan de motorrijder van begeleidingen, waarbij de veiligheid altijd voorop staat. Het is een zware opleiding, waarbij het niet vanzelfsprekend is dat iedereen hiervoor slaagt. Eenmaal opgeleid moet de motorrijder regelmatig een herhalingscursus doen, waarbij weer geoefend wordt op alle situaties die ook in de opleidingsweek aan de orde komen.

De opleiding is voor zowel VIP- als ambulancebegeleidingen en bestaat uit twee delen:
- de rol van ‘commandant’ en ‘staartrijder’
- de rol van ‘spitser’

De commandant rijdt direct voor het VIP-voertuig en geeft handsignalen aan de chauffeur van het volgend voertuig, bijvoorbeeld welke rijstrook moet worden gevolgd en dat de snelheid verhoogd of verlaagd wordt. De spitser rijdt voor de stoet, zorgt dat de begeleiding veilig verloopt en maakt kruisingen vrij zodat de stoet vrije doorgang heeft. Automobilisten dienen de stop- of oprijtekens van de spitser op te volgen. De spitser geeft ook informatie door aan de commandant wanneer bijvoorbeeld een oprit of afslag genomen moet worden, als er pechgevallen zijn of gaten en hobbels in de weg. De commandant geeft deze informatie door aan de chauffeur van het te begeleiden voertuig. Achter de stoet rijdt de staartrijder die ervoor zorgt dat er geen verkeer de stoet passeert en geeft na het passeren van de stoet dat de kruising weer vrij is en dat overige verkeer weer mag rijden.

VIP-begeleiding

De samenstelling van een begeleiding hangt af van de soort begeleiding. Bij de begeleiding van een VIP zijn een commandant, een staartrijder en twee spitsers onderdeel van de stoet.

Bij de VIP-begeleiding zijn er diverse factoren die een rol spelen, zoals aankomst- of vertrektijd, verkeersdrukte op de route en het kiezen van een 'veilige' route. De motorrijders gaan in de houding staan tot het moment dat de VIP in het voertuig zit. Hierna vangt de rit aan, en verzorgen de motorrijders de rit en zetten kruisingen af om de VIP veilig en op tijd op plaats van bestemming te begeleiden.

Video: Ruben van Essen, Rogier Visser, Rene Hendriks, Ferrie van der Geer en Dejan Jeremic

Foto's: Dejan Jeremic

w IMG VIP 1

w IMG VIP 2

w IMG VIP 3

w IMG VIP 4

w IMG VIP 5

w IMG VIP 6

 Ambulancebegeleidingen

De hulpdienst die het meest wordt begeleid is de ambulance. Het verzoek van een begeleiding komt binnen bij de meldkamer die vervolgens de opdracht geeft aan agenten van de Verkeerspolitie om deze begeleiding te verzorgen. In tegenstelling tot de VIP-begeleiding heeft een ambulancebegeleiding geen staartrijder in de stoet en rijden alle voertuigen met optische- en geluidssignalen.

Bij zware ongevallen en/of medische noodsituaties binnenshuis kan het voorkomen dat een slachtoffer veel inwendig letsel oploopt, waarbij een geleidelijke rit naar het ziekenhuis van levensbelang is. De snelheid van de rit naar het ziekenhuis is daarbij ondergeschikt aan het comfort van de rit. Het is belangrijk dat de ambulance niet hoeft te remmen of plotseling moet versnellen. Het is de taak van de ambulancechauffeur om zijn snelheid aan te passen aan de omstandigheden van de patiënt achterin de ambulance.

w IMG AMBU 1

w IMG AMBU 2

w IMG AMBU 3

w IMG AMBU 4

w IMG AMBU 5

w IMG AMBU 6

 Examen

De opleiding wordt afgesloten met een examen. Tijdens dit examen worden de VIP-rit en de ambulancerit afzonderlijk van elkaar beoordeeld. Daarnaast wordt gekeken naar de prestaties van de hele opleiding. Na de examenritten krijgt de motorrijder in een gesprek te horen of hij/zij geslaagd is.

w IMG EXAM 1

w IMG EXAM 2

w IMG EXAM 3